Je lichaamsvorm bepaalt niet wat je mág dragen, maar wel welke proporties je het snelst een evenwichtig resultaat geven. Vier vormen komen het meest voor.
Peer: volume naar boven
Bredere heup dan schouder. Werk met een opvallende bovenkant — pofmouw, structuur, lichtere kleur — en een rustig, recht vallend onderstuk.
Zandloper: houd de taille zichtbaar
Duidelijke taille met vergelijkbare schouder en heup. Wikkeljurken, hoge tailles en een riem doen hier het meeste werk. Vermijd rechte, kastvormige silhouetten.
Appel: lengtelijn maken
Volume rond het middel. Kies een open bovenlaag die doorloopt tot onder de heup, een V-hals en een broek met vloeiende val. Comfort onder de borstlijn is hier het belangrijkst.
Rechte vorm: vorm toevoegen
Schouder, taille en heup liggen dicht bij elkaar. Peplum, wijde broeken, laagjes en een riem geven de illusie van een taille.
Wat voor iedereen geldt
- De schoudernaad hoort op je schouder te vallen — dit is de belangrijkste pasvormcheck.
- Eén ruim en één strak deel houdt elke look in balans.
- Laat kleding vermaken: de zoom van een broek is de goedkoopste upgrade die er is.
TipIn Stijlmaatje kies je je lichaamsvorm met silhouetafbeeldingen. Alle outfitvoorstellen worden daarna op die vorm afgestemd.
Veelgestelde vragen
- Wat als ik tussen twee vormen zit?
- Kies de vorm die het beste past bij waar je nu het meest volume hebt. Het advies verandert dan vooral in de nadruk, niet in de basisregels.
